De manchet wordt aan de linker bovenarm op harthoogte aangebracht. De luchtslang ligt midden over de bovenarm in verlengde van de middelvinger. De onderrand van de manchet moet 2-3 cm boven de elleboogplooi zitten. De manchet moet stevig, maar niet te strak zitten - er moet nog één vinger tussen de arm en de manchet passen.